Overslaan en naar de inhoud gaan

Hoogte van de WW-uitkering

De hoogte van uw WW-uitkering hangt af van uw salaris. UWV berekent eerst uw dagloon. Ze berekent het dagloon over uw verdiende SV-loon van de laatste twaalf maanden vóór de maand dat u werkloos werd (de referteperiode). Het SV-loon bestaat uit uw bruto loon, inclusief het vakantiegeld en eventuele toeslagen. 

De hoogte van uw WW-uitkering is de eerste twee maanden 75% van het dagloon. Na deze twee maanden is de hoogte 70% van uw dagloon. Voor de hoogte van het maandloon, moet het dagloon met 21,75 worden vermenigvuldigd. Op de website van UWV is een rekenhulp te vinden om de verwachte hoogte van uw WW-uitkering te berekenen. 

Voorbeeld
Jan is per 1 juli 2017 werkloos. Hij werkte 1,5 jaar bij een werkgever. Zijn contract is helaas niet verlengd. De referteperiode loopt van 1 juni 2016 t/m 31 mei 2017. In deze periode heeft hij een SV-loon gehad van € 2.200,- per maand. Het dagloon dat hierbij hoort is € 101,15 per dag.

De eerste twee maanden ontvangt Jan 75% van dit bedrag: € 75,86. Het maandloon is 21,75 x € 75,86: € 1649,95. Het dagloon na 2 maanden is 70 van het dagloon: € 70,80. Het maandloon is 21,75 x € 70,80: € 1539,90.

UWV kijkt naar het SV-loon van alle werkgevers waarvoor u in de referteperiode heeft gewerkt. Had u 2 werkgevers tegelijkertijd en werd u bij één van hen werkloos? Dan telt het inkomen van beide werkgevers bij de berekening van het dagloon. Hierdoor valt uw dagloon hoger uit. Het inkomen van uw tweede werkgever wordt vervolgens verrekend met uw uitkering.

Duur van de uitkering

De duur van uw WW-uitkering hangt af van uw arbeidsverleden. UWV maakt onderscheid in een wekeneis en jareneis. Voldoet u aan de wekeneis? Dan krijgt u een kortdurende WW-uitkering. Voldoet u aan de jareneis? Dan krijgt u een langdurende WW-uitkering.

Kortdurende WW-uitkering

U heeft recht op een kortdurende WW-uitkering als u minimaal 26 van de 36 weken voordat u werkloos werd heeft gewerkt. Deze uitkering duurt 3 maanden.

Langdurende WW-uitkering

U heeft recht op een langdurende WW-uitkering als u voldoet aan de jareneis. U moet 4 van de 5 kalenderjaren - voor het kalenderjaar waarin u werkloos werd - hebben gewerkt. Een kalenderjaar telt mee als u hierin over 208 uren of meer loon heeft ontvangen. Tot 1 januari 2013 gold dat er over 52 gewerkte dagen of meer loon moest zijn ontvangen.

Voorbeeld
Hans is sinds 1 juli 2017 werkloos. Hij heeft 4 jaar voor zijn werkloosheid bij zijn werkgever gewerkt (1 juli 2013 t/m 30 juni 2017). Dit was zijn eerste baan. Hij komt niet in aanmerking voor een langdurende WW-uitkering, omdat 2017 niet meetelt.

De totale WW-uitkering duurt in maanden net zo lang als uw arbeidsverleden in jaren. Een maximale WW-uitkering is 38 maanden.

Sinds januari 2016 wordt de WW-uitkering stapsgewijs afgebouwd naar een duur van maximaal 24 maanden. In april 2019 is dit gerealiseerd. In de toekomst kunnen CAO’s hiervan afwijken en een maximale WW-uitkering van 38 maanden opnemen

Wilt u meer informatie? Neem dan contact op met een van onze juristen

Meer informatie over dit onderwerp
  • Hoe berekent UWV mijn arbeidsverleden?

    Het totale arbeidsverleden bestaat uit de optelsom van het feitelijke arbeidsverleden en het fictieve arbeidsverleden.

    Feitelijke arbeidsverleden

    Uw feitelijke arbeidsverleden bestaat uit de jaren vanaf 1998 waarin u ten minste 52 dagen per jaar (vanaf 1 januari 2013 is dat 208 uur per jaar) in loondienst bent geweest. Het jaar waarin u werkloos werd, telt daarbij niet mee.

    Fictieve arbeidsverleden

    Uw fictieve arbeidsverleden bestaat uit de jaren vanaf het jaar dat u 18 werd tot en met 1997.

    De duur van de WW-uitkering wordt sinds 2016 afgebouwd van 38 naar 24 maanden. In uw CAO kan worden afgesproken dat het toch 38 maanden blijft. De duur van de WW-uitkering is afhankelijk van uw arbeidsverleden.

  • Waar heb ik recht op na afloop van mijn WW-uitkering?

    Oudere werklozen kunnen na afloop van de WW-uitkering recht hebben op een IOAW- of IOW-uitkering. Deze uitkering vraagt u aan bij het UWV. De gemeente beoordeelt uw aanvraag.

    Voorwaarden IAOW en IOW

    Om recht te hebben op een IOAW-uitkering moet u aan een aantal voorwaarden voldoen. Voor beide uitkeringen geldt dat de totale duur van de WW-uitkering voorbij moet zijn. Ook moet u meer dan 3 maanden recht hebben gehad op een WW-uitkering.

    Bij de IOAW-uitkering geldt dat u na uw 50ste werkloos moet zijn geworden. Om een IOW-uitkering te krijgen, moet u na uw 60ste werkloos zijn geworden. Soms heeft u geen recht op een uitkering, bijvoorbeeld als u de pensioengerechtigde leeftijd bereikt of in detentie zit.

    Hoogte uitkering

    De IOAW-uitkering is maximaal de bijstandsnorm. Inkomsten van u of uw partner worden verrekend. Ook geldt de kostendelersnorm. De IOW-uitkering is maximaal 70 % van het minimumloon. Er wordt niet gekeken naar inkomen van uw partner. Uw inkomen wordt wel gekort op de uitkering.

    Bij beide uitkeringen wordt niet gekeken naar uw vermogen zoals spaargeld of overwaarde in een eigen woning.

  • Wat kan ik doen als ik het niet eens ben met de beslissing van het UWV?

    Bent u het niet eens met de beslissing? U vindt bijvoorbeeld dat de ingangsdatum niet klopt of dat u een langer recht heeft opgebouwd? Bel dan met UWV om dit voor te leggen. U kunt bijvoorbeeld om een berekening van uw dagloon vragen. 

    Bezwaar maken

    Komt u er met UWV niet uit? Dan kunt u binnen 6 weken na de dagtekening van de beslissing bezwaar maken. Vaak staat er in de beslissing vóór welke datum uw bezwaar door UWV moet zijn ontvangen.

    Dit bezwaar moet aan een aantal formele eisen voldoen. Gebruik ons voorbeeld bezwaarschrift om bezwaar te maken en stuur altijd een kopie van de beslissing met uw bezwaar mee. UWV heeft ook een eigen digitaal formulier om bezwaar te maken tegen een beslissing.

Terug naar boven Shape