Overslaan en naar de inhoud gaan
Let op: Door het coronavirus werken wij anders. Heeft u een juridische vraag? Bel of mail. Onze jurist kan besluiten een afspraak met u te maken.

Er dreigt uithuisplaatsing van mijn kind

Uithuisplaatsing mag alleen tijdens ondertoezichtstelling (OTS) van uw kind, of tegelijk met de aanvraag voor OTS. Er zijn 3 partijen die de rechter mogen vragen om uithuisplaatsing:

  • de organisatie van de gezinsvoogd
  • de Raad voor Kinderbescherming
  • het Openbaar Ministerie

Is er al een OTS? Dan doet de organisatie van de gezinsvoogd meestal de aanvraag voor uithuisplaatsing. Is er spoed? Dan vraagt de Raad van Kinderbescherming meestal om de uithuisplaatsing.

Redenen uithuisplaatsing

Uithuisplaatsing aanvragen bij de rechter kan om 2 redenen:

  • De ontwikkeling van uw kind is in gevaar, bijvoorbeeld door een gevaarlijke situatie thuis.
  • Als u als ouder niet wilt meewerken aan een onderzoek naar hoe het gaat met uw kind.

Bij een uithuisplaatsing gaat uw kind tijdelijk ergens anders wonen. Bijvoorbeeld in een pleeggezin of tehuis. Het uit huis plaatsen duurt maximaal 1 jaar. De rechter kan de uithuisplaatsing steeds met 1 jaar verlengen tot uw kind 18 jaar is.

Oneens met uithuisplaatsing

Krijgt een rechter de aanvraag om uw kind uit huis te plaatsen? Dan krijgt u een kopie van die aanvraag thuisgestuurd. U kunt dan in een brief uitleggen waarom u het niet eens bent met de aanvraag. Dit is een verweerschrift. U kunt hierbij hulp krijgen van een advocaat.

De rechtbank stuurt u een uitnodiging voor de rechtszaak over de uithuisplaatsing. U mag ook daar vertellen wat u van het uit huis plaatsen vindt. De rechtszaak is niet openbaar. Er mag dus geen publiek bij zijn.

Kinderen vanaf 12 jaar krijgen een gesprek met de rechter. Uw kind kan dan vertellen wat het van het uit huis plaatsen vindt.

In hoger beroep

Beslist de rechter dat uw kind uit huis geplaatst moet worden? Dan kunt u binnen 3 maanden protesteren. U gaat dan in hoger beroep. Hiervoor heeft u een advocaat nodig.

Bel ons 0900 - 8020 Kosten € 0,10 per minuut.*
Bel maandag tot en met vrijdag 09.00 - 17.00 uur.
U krijgt een van onze juristen aan de telefoon.
Bekijk alle contactmogelijkheden

Mijn kind is uit huis geplaatst

U krijgt een gezinsvoogd als uw kind uit huis geplaatst is. Deze stelt een hulpverleningsplan op. Werkt u niet mee aan het plan? Dan kan de gezinsvoogd u een schriftelijke aanwijzing geven. Dat is een opdracht die u moet uitvoeren.

Voert u de opdracht niet uit? Dan kan de gezinsvoogd de rechter vragen u te verplichten om de aanwijzing uit te voeren.

Ouderlijk gezag

Heeft u het ouderlijk gezag over uw kind? Dan houdt u dit tijdens de uithuisplaatsing van uw kind. Voor belangrijke beslissingen over uw kind is uw toestemming nodig. Bijvoorbeeld voor een medische behandeling of inschrijving op een school.

Beperkt gezag

Soms bepaalt de rechter dat u het gezag deelt met de gezinsvoogd. U heeft dan minder gezag. In de uitspraak van de rechter staat voor welke zaken de gezinsvoogd het gezag krijgt.

Is duidelijk dat u uw kind niet meer alleen kunt opvoeden? Of maakt u misbruik van uw gezag? Dan kan de rechter uw gezag stoppen.

Omgang met kind

Als uw kind uit huis is geplaatst, heeft u meestal recht op omgang met uw kind.

Soms vindt uw gezinsvoogd dat u minder of geen omgang mag hebben met uw kind. De gezinsvoogd kan in een schriftelijke aanwijzing besluiten tot minder omgang. U krijgt dan een brief waarin de gezinsvoogd het besluit uitlegt.

Staat de omgang met uw kind in een uitspraak van de rechter? Dan moet de gezinsvoogd de rechter vragen om de omgangsregeling te veranderen. Dit kan niet met een schriftelijke aanwijzing.

Meer informatie over dit onderwerp
  • Wat houdt crisisplaatsing of spoeduithuisplaatsing van mijn kind in?

    Is de situatie voor uw kind thuis onveilig en is uw kind in direct gevaar? Dan kan de Raad voor de Kinderbescherming de rechter vragen om uw kind snel uit huis te plaatsen. Dit heet een crisisplaatsing of spoeduithuisplaatsing.

    De toestemming van de rechter is maximaal 4 weken geldig. Binnen 2 weken na de toestemming van de rechter, komt er een rechtszaak. De rechter neemt dan een definitieve beslissing over het uit huis plaatsen.

    Wilt u hulp van een advocaat bij de rechtszaak? Neem contact op met een van onze juristen voor een doorverwijzing naar een advocaat.

  • Wat kan ik doen als ik klachten heb over mijn gezinsvoogd?

    Bent u niet tevreden over uw gezinsvoogd? Bijvoorbeeld over de manier waarop de gezinsvoogd met u omgaat, of over beslissingen van uw gezinsvoogd? Neem dan de volgende stappen:

    • Bespreek de situatie met uw gezinsvoogd.
    • Vraag een gesprek aan met de leidinggevende van de gezinsvoogd.
    • Stuur een brief met uw klacht. De organisatie van de gezinsvoogd heeft hiervoor een eigen klachtenprocedure. Dit zijn regels over hoe de organisatie een klacht behandelt. Vraag deze op bij de organisatie of kijk op hun website. Meestal moet u de klacht binnen 1 jaar opsturen.
    • Leg uw klacht voor aan de tuchtrechter, de Nationale Ombudsman of de Kinderombudsman.

    U kunt uw klachten bespreken met het AKJ (Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg). Het AKJ helpt gratis ouders en jongeren die te maken hebben met jeugdzorg. Zij geven informatie en advies en kunnen helpen met het klachtenproces.

  • Wat kan ik doen als ik het niet eens ben met een schriftelijke aanwijzing?

    Bent u het niet eens met een schriftelijke aanwijzing van uw gezinsvoogd? Dan kunt u binnen 2 weken in beroep bij de rechter. In het beroep vraagt u de rechter om de aanwijzing niet door te laten gaan.

    De aanwijzing blijft gelden tot de rechter over uw beroep beslist. U moet de aanwijzing opvolgen tot de rechter een beslissing neemt.

    Aanpassen schriftelijke aanwijzing

    Moet u zich al langere tijd houden aan een schriftelijke aanwijzing en verandert de situatie? Vraag dan uw gezinsvoogd om de aanwijzing aan te passen of in te trekken.

    Uw gezinsvoogd moet binnen 2 weken een beslissing nemen. Wijst de gezinsvoogd uw aanvraag af? Dan kunt u in beroep bij de rechter.

    Bel ons 0900 - 8020 Kosten € 0,10 per minuut.*
    Bel maandag tot en met vrijdag 09.00 - 17.00 uur.
    U krijgt een van onze juristen aan de telefoon.
    Bekijk alle contactmogelijkheden
  • Wanneer stopt de uithuisplaatsing?

    Het uit huis plaatsen duurt maximaal 1 jaar. Daarna kan de organisatie van de gezinsvoogd aan de rechter vragen om het uit huis plaatsen te verlengen. De verlenging is steeds voor maximaal 1 jaar. De uithuisplaatsing stopt als uw kind 18 jaar wordt.

    Eerder stoppen

    Kan uw kind weer veilig thuis komen wonen? Dan kan het uit huis plaatsen ook eerder stoppen. Heeft u het gezag over uw kind? Dan kunt u zelf de gezinsvoogd vragen om het uit huis plaatsen:

    • te stoppen
    • te verkorten
    • te veranderen

    De pleegouders en uw kind kunnen dit ook aanvragen. Uw kind moet dan ouder dan 12 jaar zijn.

    Beslissing

    De gezinsvoogd moet binnen 2 weken een beslissing nemen. Wijst de gezinsvoogd uw aanvraag af? Dan kunt u in beroep bij de rechter.

Terug naar boven Shape