Zijn er gevolgen voor mijn inkomen als ik ga samenwonen?

Als u gaat samenwonen, heeft dat mogelijk gevolgen voor uw inkomen of uw uitkering. Door deze wijziging kan, afhankelijk van uw situatie, uw uitkering of toeslag worden verhoogd of verlaagd.

Ik ontvang een AOW-uitkering

Als samenwonende krijgt u minder AOW dan als alleenwonende. De overheid gaat ervan uit dat het leven voor een alleenstaande duurder is, dan voor mensen die de kosten van wonen en levensonderhoud met elkaar kunnen delen. Daarom is de AOW-uitkering voor een alleenstaande gelijk aan 70% van het minimumloon. Voor een gehuwde of samenwonende is dat 50% van het minimumloon.

Krijgt u AOW en gaat u samenwonen, dan bent u verplicht dit bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) te melden. Doet u dit niet, dan kunt u vervolgd worden wegens fraude. U moet uw uitkering terugbetalen en kan het zijn dat u een boete opgelegd krijgt.

Ook als u met een broer, zus, grootouder of kleinkind in dezelfde woning woont (en daar ook staat ingeschreven), telt u voor de AOW als samenwonend. Voor de AOW woont u niet samen:

  • Als u een kostganger of huurder in huis heeft van wie u kostgeld of huur ontvangt. Dit moeten commercieel geloofwaardige bedragen zijn, die met de jaarlijkse huurverhogingen mee gaan.
  • Als u uitsluitend samenwoont met uw eigen kind of met uw vader of moeder. In dat geval wordt u (allebei) als alleenstaande beschouwd. Wanneer u met drie of meer meerderjarige personen samenwoont, wordt u voor de AOW allemaal als alleenstaande beschouwd.

Meer informatie over AOW en samenwonen vindt u op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Ik ontvang een bijstandsuitkering

Sinds 1 januari 2015 geldt de ‘kostendelersnorm’ in de bijstand. De kostendelersnorm houdt in dat als u uw woning deelt met meer volwassenen, uw uitkering daarop wordt aangepast. Hoe meer personen van 21 jaar of ouder in uw huishouden, hoe lager uw uitkering. De reden hiervoor is dat als er meer personen in één woning wonen, de woonkosten kunnen worden gedeeld. Meer informatie over de kostendelersnorm vindt u op de website van de Rijksoverheid.

Naast de kostendelersnorm, kan er ook sprake zijn van een gezamenlijke huishouding. Hiervan is sprake als u samen met een ander uw hoofdverblijf heeft in dezelfde woning én voor elkaar zorgt of allebei bijdraagt in de kosten van de huishouding. Het maakt dan niet uit met wie u samenwoont. Er hoeft dus geen sprake te zijn van een liefdesrelatie. Door de gezamenlijke huishouding kan uw uitkering lager worden, maar het kan ook zijn dat u helemaal geen uitkering meer krijgt.

Krijgt u bijstand en gaat u samenwonen, dan bent u verplicht dit bij de Sociale Dienst van de gemeente te melden. Doet u dit niet, dan heeft dit mogelijk gevolgen voor uw uitkering. U kan zijn dat u uw uitkering moet terugbetalen en een boete opgelegd krijgt. Meer informatie over bijstand en samenwonen vindt u op de website Rechtopbijstand.nl.

Ik ontvang een WW-, WAO-, of WIA-uitkering

Voor uw WW-, WAO- of WIA-uitkering heeft samenwonen geen financiële gevolgen. Alleen als u een toeslag op een van deze uitkeringen ontvangt, dan telt uw gezinsituatie weer wel mee. Dat kan betekenen dat de aanvulling op uw uitkering vanuit de Toeslagenwet geheel of gedeeltelijk komt te vervallen.

Ik ontvang zorg- of huurtoeslag

Samenwonen kan gevolgen hebben op het recht en eventueel de hoogte van zorg- en huurtoeslag. Dat betekent niet altijd dat de zorg- en huurtoeslag volledig komen te vervallen.

Meer informatie over samenwonen en toeslagen kunt u op de website van de Belastingdienst vinden. 

Ik ontvang partneralimentatie

Als u gaat samenwonen met een nieuwe partner op een manier die te vergelijken is met een huwelijk, dan hoeft uw ex-partner de partneralimentatie niet meer te betalen. Belangrijke criteria hiervoor zijn:

  • De duurzaamheid van de relatie.
  • Een gemeenschappelijke huishouding.
  • Het elkaar verzorgen.

Niet elke nieuwe samenleefsituatie betekent het einde van de partneralimentatie. Lees meer over de gevolgen van samenwonen voor uw partneralimentatie bij Nieuwe partner: meer of minder alimentatie?