De verhuurder mag de huur opzeggen als er sprake is van dringend eigen gebruik. Onder eigen gebruik moet het eigen gebruik van de verhuurder zélf worden verstaan (dus niet voor zijn niet-inwonende kind of andere familielid of kennis). Sloop of renovatie van de woning (als dat noodzakelijk is) en het beschikbaar maken van een studentenwoning voor studenten zijn ook voorbeelden van dringend eigen gebruik waarbij de verhuurder de huur mag beëindigen. Wil een verhuurder een beroep doen op deze opzeggingsgrond, dan zal hij nog aan een aantal andere vereisten moeten voldoen.
De huurder moet andere, passende (en dit is anders dan soortgelijke) woonruimte kunnen (d.w.z. met redelijke zekerheid) verkrijgen. Hierbij mag van u ook enige inspanning worden verwacht. Voor studenten die huren via een stichting voor studentenhuisvesting is uitdrukkelijk in de wet bepaald dat er op moment van huuropzegging geen andere passende woonruimte hoeft te zijn.
Vervolgens moeten de belangen van de huurder en de verhuurder tegen elkaar worden afgewogen. Het belang van de verhuurder moet zwaarder wegen dan het belang van de huurder. Factoren die hierbij een rol kunnen spelen zijn bijvoorbeeld:
- ziekte of invaliditeit;
- aanwezige onderhuurders;
- eigen toedoen verhuurder;
- onbehoorlijke keuze verhuurder;
- toekomstige omstandigheden;
- economische/sociale binding;
- leeftijd huurder;
- huurprijs;
- langdurige bewoning;
- praktische/juridische beletsels (bijvoorbeeld vergunningen).
Wordt de huur beëindigd vanwege sloop of renovatie van de woning, dan kan de rechter bepalen dat de verhuurder verhuiskostenvergoeding aan de huurder betaalt. U kunt daar over onderhandelen, maar het is geen plicht van de verhuurder.