Als u gaat samenwonen, kijkt de sociale dienst van uw gemeente naar het inkomen en het vermogen van uw partner. Gaat u samenwonen met iemand die meer verdient dan de bijstandsnorm voor samenwonende? Dan heeft u geen recht meer op bijstandsuitkering. Heeft uw nieuwe partner geen inkomen, maar wel vermogen boven de vrijstellingsgrens? Dan vervalt uw recht op een uitkering ook.
Gaat u samenwonen met iemand die ook een bijstandsuitkering ontvangt, dan gaat uw uitkering omlaag. U kunt de kosten van wonen en het levensonderhoud delen met uw nieuwe partner. Krijgt u bijstand en gaat u samenwonen, dan bent u verplicht dit bij de Sociale Dienst te melden. Doet u dit niet, dan kunt u vervolgd worden wegens uitkeringsfraude. Sommige gemeente hebben mogelijkheid voor samenwonen op proef. Dat betekent dat u een periode mag samenwonen met behoud van uw uitkering. Voor meer informatie over deze mogelijkheid kunt u uw gemeente raadplegen.
Voor de bijstand woont u samen als u in dezelfde woning leeft en financieel of op een andere manier voor elkaar zorgt. Voor de bijstand woont u niet samen:
- Als u een kostganger of huurder in huis heeft van wie u kostgeld of huur ontvangt. Dit moeten commercieel geloofwaardige bedragen zijn, die met de jaarlijkse huurverhogingen mee gaan. De huur telt voor de Sociale Dienst wel mee als inkomen.
- Als u samenwoont met uw eigen kind of met uw vader of moeder.
- Als u samenwoont met een familielid in de tweede graad (broer, zus, grootouder, kleinkind) en een van beide verzorgt de ander.
Meer informatie over bijstand en samenwonen vindt u op de website Rechtopbijstand.nl.